Miskraam

Er wordt van een miskraam gesproken wanneer je zwangerschap stopt voordat je 20 weken bent. Voor die tijd vindt de meest belangrijke aanleg van het kind plaats. Als er in die periode iets misgaat in de ontwikkeling van je kind kun je een miskraam krijgen. De meeste miskramen vinden plaats voor de 12e zwangerschapsweek. Je lichaam zorgt er dan voor dat een vruchtje, dat weinig levenskansen heeft, zich niet verder ontwikkelt. Dat klinkt logisch. Maar het blijft een nare ervaring, waar je veel verdriet van kunt hebben. Meer informatie vind je in de folder miskraam.

Het is ook mogelijk dat de miskraam niet vanzelf op gang komt of dat de miskraam niet volledig is. Dan kan een curettage nodig zijn. Meer informatie vind je in de folder Miskraam, Curettage voor een miskraam.

Bij herhaalde miskramen (meer dan 2) kun je er voor kiezen verder onderzoek te doen. Helaas wordt er bij 50% van de paren met een herhaalde miskraam geen oorzaak gevonden. Meer informatie vind je in de folder herhaalde miskramen.

Buitenbaarmoederlijke zwangerschap

Tijdens de buitenbaarmoederlijke zwangerschap vindt de ontwikkeling van een bevruchte eicel buiten de baarmoeder plaats. De bevruchte eicel bevindt zich meestal in de eileider. Deze zwangerschap is gevaarlijk en kan niet uitgedragen worden. Door de groei van het vruchtje barst de eileider en sterft het vruchtje af. Bij een buitenbaarmoederlijke zwangerschap is er vaak sprake van weinig vaginaal bloedverlies. Het bloedverlies kan in de buikholte zitten, je kunt dan hevige buikpijn en pijn tussen de schouderbladen krijgen. Neem in deze situatie altijd contact op met Fam.

Een operatie kan nodig zijn. De gynaecoloog verwijdert dan de buitenbaarmoederlijke zwangerschap, soms moet de eileider ook verwijderd worden. Een buitenbaarmoederlijke zwangerschap eindigt meestal bij 5 tot 6 weken zwangerschap. Bij een volgende zwangerschap wordt rond de 5 tot 6 weken zwangerschap via een inwendige echo gekeken of de zwangerschap zich op de juiste plaats bevindt; in de baarmoeder.

Mola zwangerschap

Een mola-zwangerschap kan gezien worden als een zeldzame vorm van een niet goed aangelegde zwangerschap. De oorzaak is niet bekend. Nadat een zaadcel een eicel heeft bevrucht, deelt de bevruchte eicel zich. De twee cellen die zo ontstaan delen zichzelf ook weer. Bij een normale zwangerschap ontstaat uit deze cellen een vruchtje (embryo) en de moederkoek (placenta). Het kan gebeuren dat alleen de placenta doorgroeit. Er is dan sprake van een mola zwangerschap. De placenta groeit in de baarmoederholte steeds verder en door vochtophoping ontstaan talloze blaasjes. Een mola zwangerschap wordt vastgesteld met echoscopisch onderzoek, hierbij is een soort druiventros te zien.

Na de diagnose volgt een curettage. Het mola-weefsel wordt dan met een dun slangetje via de vagina uit de baarmoederholte weggezogen. Eventueel achtergebleven restjes ruimt het lichaam uit zichzelf op. Om te controleren dat dit proces goed verloopt, worden de hormoonwaarden in je bloed nog een aantal keren onderzocht.

De hoeveelheid zwangerschapshormoon (HCG) in het bloed moeten binnen 8 weken dalen tot normale waarden. Ook is er controle op kwaadaardige celdelingen. Soms is chemotherapie noodzakelijk. Als het HCG-hormoon niet genoeg daalt, is er kans dat de blaasjes weer aangroeien. Soms treden er weer zwangerschapsverschijnselen op, of is er vaginaal bloedverlies. Je wordt dan opnieuw behandeld.

Aangeboren afwijkingen

Tijdens de zwangerschap kun je verschillende prenatale onderzoeken laten doen. Denk aan de NIPT, een vruchtwaterpunctie en/of echoscopisch onderzoek. Er bestaat altijd een klein risico dat er sprake is van een aangeboren afwijking. De ernst van de afwijking bepaalt het verdere verloop van de zwangerschap, bevalling en/of de periode na de bevalling.

Wanneer tijdens de zwangerschap of na de geboorte blijkt dat je kind een aangeboren afwijking heeft, is dat vaak erg emotioneel. Daarbij kun je veel zorgen hebben. Iedereen wil natuurlijk een gezond kind.

Voorbeelden van mogelijke aangeboren afwijkingen zijn; een hartafwijking, een afwijking aan het maag- darmkanaal, een hazenlip, een open ruggetje of klompvoetjes. Vaak is het dan nodig dat je kind na de geboorte wordt opgenomen door de kinderarts.

Wanneer er tijdens de zwangerschap al bekend is dat er risicofactoren of problemen zijn, wordt de kinderarts betrokken. Ook kan het zijn dat je naar een ander ziekenhuis wordt doorverwezen voor verder onderzoek.

Afhankelijk van de soort afwijking kan je kind bij Fam geboren worden en opgenomen worden op de afdeling neonatologie óf krijg je het advies om je kind in een ander ziekenhuis geboren te laten worden (bijvoorbeeld in Utrecht of Rotterdam). Daar is bij
ernstige afwijkingen betere opvang van je kind mogelijk. Het kan ook zijn dat je kind na de geboorte naar een ander ziekenhuis wordt overgeplaatst.

De gynaecoloog en kinderarts begeleiden je hierin en besluiten samen met jou waar je het beste kunt bevallen.

Een enkele keer is de ernst van de afwijking zo groot dat je kind na de geboorte zeer ernstig gehandicapt of niet levensvatbaar zal zijn. In deze situatie kan het zo zijn dat ouders, ondersteund door hulpverleners, besluiten om een zwangerschap vroegtijdig af te breken. Meer informatie vind je in de folder vroegtijdig einde van de zwangerschap.

Je kind is overleden

Het is uitzonderlijk, maar toch sterven jaarlijks een aantal kinderen rondom de geboorte. Vaak blijft de oorzaak onduidelijk. Soms spelen de volgende oorzaken een rol; aangeboren afwijkingen, het loslaten van de placenta of ernstige problemen met de navelstreng. Het overlijden van je kind wordt altijd via echoscopisch onderzoek bevestigd. Wanneer jullie dit overkomt, is dat zeer ingrijpend en hevige emotionele reacties kunnen hierop volgen. Een van de reacties kan zijn dat je de zwangerschap het liefst zo snel mogelijk wilt beëindigen door ingeleid te worden. Dat is een logische reactie. Toch adviseren we, afhankelijk van de situatie, om nog even de tijd te nemen om te overdenken hoe jullie afscheid willen gaan nemen van je kind. Afhankelijk van de zwangerschapsduur moeten verschillende keuzes gemaakt worden.

Je kind is overleden voor de 24 weken zwangerschap

Wordt je kind voor 24 weken zwangerschap geboren en is het overleden? Dan gelden er geen verdere wettelijke bepalingen; niet is verplicht of verboden. Je bepaalt zelf of je je kind wilt laten begraven of cremeren. Ook bepaal je zelf of je wel of geen officiële aangifte wilt doen. Bij locatie ETZ Elisabeth staat het monument de Vlinderboom als gedenkplaats voor kinderen die voor de 24 weken zwangerschap zijn overleden. Hier kun je gebruik van maken als je dat prettig vindt. Meer informatie vind je in de folder De Vlinderboom en Vroegtijdig einde van een zwangerschap.

Je kind is overleden na de 24 weken zwangerschap

Wordt je kind na de 24 weken zwangerschap geboren en komt het te overlijden? Dan bestaan er wettelijke bepalingen waar je rekening mee moet houden.

Wil je je kind begraven of cremeren? Ga je zelf aangifte doen bij de gemeente of laat je dit door iemand anders doen (begrafenisondernemer)? Is verder onderzoek bij jullie kind een optie? Kortom, veel vragen die beantwoord moeten worden.

We informeren jullie over wat er allemaal mogelijk is. Ook kunnen we jullie begeleiden bij het maken van keuzes. Meer informatie vind je in de folder ‘Het verlies van een kind tijdens de zwangerschap of rond de bevalling’.