Bloedverlies

Bloedverlies is altijd een reden om te overleggen met een verloskundige of gynaecoloog van Fam. Afhankelijk van de eventuele oorzaak van het bloedverlies bepaalt de verloskundige of gynaecoloog de behandeling.

Soms wordt geen duidelijke oorzaak gevonden en stopt het bloeden vanzelf. Meer informatie vind je in de folder bloedverlies tijdens eerste trimester.

Dreigende vroeggeboorte

Een normale termijn om te bevallen is tussen de 37 en 42 weken. Een bevalling voor de 37e zwangerschapsweek wordt een vroeggeboorte genoemd. Als er sprake is van een dreigende vroeggeboorte, is een ziekenhuisopname noodzakelijk.

Afhankelijk van de zwangerschapsduur en mate van ontsluiting, zal er geprobeerd worden de bevalling uit te stellen met weeënremmers.

Als je minder dan 32 weken zwanger bent, word je overgeplaatst naar een derdelijns ziekenhuis.

Ben je tussen de 24 en 25 weken zwanger, dan zijn er twee behandelingen mogelijk. De keuzehulp vroeggeboorte kan je hierover meer informatie geven link naar keuzehulpvroeggeboorte.nl.

Dwarsligging

Een dwarsligging komt maar weinig voor. Zeker bij een eerste zwangerschap is er weinig ruimte in de baarmoeder voor een dwarsligging.

In de meeste gevallen probeert men via een uitwendige draaiing (versie) het kind in de buik zo te draaien dat deze van dwarsligging in een hoofdligging komt te liggen. Voor meer informatie zie de folder stuitligging- draaien door uitwendige versie.

Wanneer het kind dwars blijft liggen, is een vaginale geboorte niet mogelijk en wordt een keizersnede geadviseerd.

Hoge bloeddruk

Bij alle zwangerschapscontroles wordt de bloeddruk gemeten. Van de vrouwen die voor het eerst zwanger zijn, krijgt zo’n tien tot 15 procent een hoge bloeddruk (zwangerschapshypertensie).

Sommige vrouwen hebben al voor hun zwangerschap een hoge bloeddruk. Dit noemen we pre-existente hypertensie (een al bestaande hoge bloeddruk).

Een te hoge bloeddruk kan zowel voor moeder als kind complicaties geven.

Wanneer eiwitten in de urine worden gevonden, wordt gesproken van pre-eclampsie. Bij bepaalde afwijkingen in het bloed kan gesproken worden van HELLP-syndroom. Meer informatie vind je in de folder Hoge bloeddruk in de zwangerschap.

Hoogstaand hoofd (niet ingedaald hoofd)

Met name tijdens de eerste zwangerschap verwacht je dat het hoofd van je kind aan het eind van de zwangerschap indaalt in het bekken. Meestal gebeurt dit vanaf ongeveer 34 weken zwangerschap. Bij een volgende zwangerschap daalt het kind vaak later of pas tijdens de bevalling in.

Als een kind aan het einde van een eerste zwangerschap niet is ingedaald, vindt een extra controle bij de gynaecoloog plaats. Er wordt dan een echo gemaakt, maar een oorzaak wordt vaak niet gevonden. Een hoogstaand hoofd (kind dat niet ingedaald is) hoeft geen probleem te zijn voor de bevalling. Soms duurt de bevalling wat langer dan gemiddeld.

Wanneer de vliezen breken en je kind niet is ingedaald, word je verzocht om zo snel mogelijk contact op te nemen met Fam. Je komt dan voor een extra controle waarbij we controleren of het kind door het breken van de vliezen wel is ingedaald. Als dit niet het geval is, word je opgenomen op de Zwangerenafdeling van Fam in afwachting van de weeën.

Meerlingzwangerschap

We spreken van een meerlingzwangerschap wanneer zich tijdens een zwangerschap twee of meer embryo’s ontwikkelen in de baarmoeder. In Nederland is dat bij minder dan 2% van de zwangerschappen het geval. Een dergelijke zwangerschap heeft meer zorg nodig. Na de eerste intake begeleidt een gynaecoloog van Fam jouw zwangerschap. Meer informatie vind je in de folder Meerlingen.

Nierbekkenontsteking

Een blaastonsteking die niet goed behandeld wordt, kan leiden tot een nierbekkenontsteking. Je kunt dan klachten hebben zoals hoge koorts, pijn bij het plassen, vaak plassen, algeheel ziek voelen, pijn ter hoogte van de nieren (aan de rugzijde ter hoogte van je taille) en soms misselijkheid en braken. Een nierbekkenontsteking kan leiden tot vroegtijdige weeën-activiteit. Neem bij dergelijke klachten contact op met Fam.

De behandeling bestaat meestal uit opname en het toedienen van antibiotica.

Overmatige misselijkheid en/of braken tijdens de zwangerschap (hyperemesis gravidarum)

Misselijkheid en braken komen vaker voor tijdens de zwangerschap. Soms wordt braken zo erg dat er ook andere lichamelijke klachten ontstaan. Dit wordt hyperemesis gravidarum genoemd.

Meer informatie vind je in deze folder.

Psychische problemen

Zwanger zijn en het aanstaande ouderschap zijn grote gebeurtenissen in je leven. Veel vrouwen hebben het idee dat ze blij moeten zijn als ze zwanger zijn. Maar blijdschap overheerst niet altijd; 1 op de 20 vrouwen voelen zich regelmatig neerslachtig.

Sommige vrouwen krijgen te maken met een depressie. Het is van buitenaf moeilijk om neerslachtigheid van depressie te onderscheiden. Je rot voelen, huilerig zijn en twijfels hebben horen soms bij het leven. Meestal zijn de gevoelens wel te beheersen, als je goed naar jezelf luistert en goed op jezelf let. Bij een depressie komen veel symptomen voor die in lichtere vorm ook bij de zwangerschap zouden kunnen horen. Je kunt soms somber zijn, je kind niet meer willen of van je lichaam vervreemd raken. Het denken, slapen en eten raken verstoord en er ontstaan gevoelens van paniek en angst. Bij neerslachtigheid kun je de dingen nog relativeren, maar bij een depressie vaak niet meer. Mensen die depressief zijn, kunnen het gevoel hebben dat het leven niet meer de moeite waard is. Denken aan het plegen van zelfmoord (suïcidale gedachten) komen ook voor. Bij depressie is het belangrijk om hulp te zoeken. Soms kan degene die depressief is dat niet goed zelf, omdat het onderwerp taboe lijkt. Veel vrouwen zwijgen over deze gevoelens, wat het alleen maar eenzamer en erger maakt. Maar hulp zoeken is noodzakelijk. Bespreek het daarom met je verloskundige, gynaecoloog of huisarts als je jezelf herkent in dit soort klachten.

Het is ook mogelijk dat je al voor de zwangerschap behandeld wordt vanwege psychische klachten en vragen hebt rondom het zwanger zijn of zwanger worden met deze klachten. Voor alle vrouwen is een goede zwangerschap, bevalling en kraamperiode belangrijk. Soms is er extra begeleiding nodig bij het opbouwen van een goede band tussen de (aanstaande) ouders en het kind.

POP-Poli

Bij Fam werken we met de POP-poli. De POP-poli is een polikliniek waar vrouwen met psychische klachten voor, tijdens en na hun zwangerschap extra ondersteuning kunnen krijgen. De POP-poli is een samenwerking tussen de afdelingen Psychiatrie, Obstetrie (verloskunde) en Pediatrie (kindergeneeskunde). De ondersteuning kan bestaan uit behandeling/begeleiding, voorlichting, medicatie en/of psychotherapie. In de folder POP-poli lees je er meer over.

Schildklierafwijkingen

Tijdens de zwangerschap verandert je hormoonproductie. Soms werkt je schildklier te snel (hyperthyreoïdie) of juist te langzaam (hypothyreoïdie). Zowel bij een te snel als een te traag werkende schildklier worden de schildklierhormonen in het bloed regelmatig gecontroleerd en zo nodig stabiel gehouden met medicatie. Daarvoor werken de verloskundige, gynaecoloog, internist, huisarts en kinderarts tijdens de zwangerschap samen.

Naast de hormoonproductie wordt ook gekeken naar de aanwezigheid van antistoffen tegen de schildklier. Op deze manier worden zowel jij als je ongeboren kind optimaal behandeld en begeleid.

Streptokokken groep B

De Groep-B-streptokok (GBS) is een bacterie die bij veel vrouwen in de vagina onopgemerkt aanwezig is. Deze bacterie kan meestal geen kwaad voor een zwangere vrouw en haar ongeboren kind. In Nederland wordt niet bij alle zwangere vrouwen onderzoek gedaan naar GBS. In bepaalde situaties is het wel verstandig om op GBS te testen. Er is dan een groter risico voor het kind om ziek te worden door de GBS-infectie. Er kunnen dan voorzorgsmaatregelen getroffen worden om het risico om ziek te worden bij het kind te verkleinen. Meer informatie vind je in de folder Groep B Streptokokken en zwangerschap.

Stuitligging

De meeste kinderen liggen vanaf 34 weken met hun hoofd naar beneden. Bij een stuitligging ligt je kind met de billen of voeten naar beneden.

Wanneer het kind rond de 35 weken in stuitligging ligt, wordt er een echo gemaakt om de groei van het kind, de hoeveelheid vruchtwater en de ligging van de moederkoek (placenta) te bekijken.

In de meeste gevallen is het mogelijk om via een uitwendige draaiing (versie) het kind in de buik zo te draaien dat deze van stuitligging in een hoofdligging komt te liggen. Voor meer informatie zie de folder stuitligging- draaien door uitwendige versie.

Te klein kind

Tijdens de zwangerschap kom je regelmatig op controle bij de verloskundige en gynaecoloog van Fam. Bij iedere zwangerschapscontrole wordt met uitwendig onderzoek bekeken of de baarmoeder en je kind voldoende groeien. De buitenkant van de baarmoeder wordt via de buik met de handen afgetast. Bij twijfel over de groei, of vanwege een andere medische reden, vindt soms een echoscopisch onderzoek plaats. Dit is een extra hulpmiddel om de groei van het kind en het vruchtwater te meten. Blijkt je kind te klein voor de duur van de zwangerschap, dan word je vaker gecontroleerd. In sommige situaties volgt een opname.

Afhankelijk van het geboortegewicht zal de kinderarts je kind nakijken en is het nodig om de bloedsuikers van je kind extra te controleren.

Te groot kind

Tijdens de zwangerschap kom je regelmatig op controle bij de verloskundige en gynaecoloog van Fam. Bij iedere zwangerschapscontrole wordt met uitwendig onderzoek bekeken of de baarmoeder en je kind voldoende groeien. Soms groeit je kind te hard of is er te veel vruchtwater. Bij twijfel over de groei, of vanwege een andere medische reden, vindt soms een echoscopisch onderzoek plaats. Ook wordt je bloed onderzocht (OGTT) om suikerziekte tijdens de zwangerschap uit te sluiten.

Meer informatie vind je in de folder glucosetolerantietest.

Bij suikerziekte tijdens de zwangerschap (zwangerschapsdiabetes/ diabetes gravidarum, zie folder zwangerschapsdiabetes) heb je een te hoog suikergehalte in je bloed. Hierdoor groeit je kind vaak extra hard. Soms is de buik te groot omdat er veel vruchtwater is, en heeft het kind een normaal gewicht.

Bij diabetes gravidarum en/of een te hoog geboortegewicht zal de kinderarts je kind nakijken en kijken of het nodig is om de bloedsuikers van je kind extra te controleren.

Voorliggende placenta

Een placenta previa (voorliggende placenta) is een placenta die geheel of gedeeltelijk voor de uitgang van de baarmoeder ligt. Je kunt dit niet voorkomen. Het heeft te maken met de plaats waar de vrucht zich vroeg in de zwangerschap in de baarmoeder innestelt. De ligging van de placenta wordt tijdens de 20 weken echo gecontroleerd.

Wanneer de placenta gedeeltelijk voor de uitgang van de baarmoeder ligt, wordt dit later in de zwangerschap nogmaals gecontroleerd met een echo. Meestal is de placenta door de groei van de zwangerschap verplaatst en kun je vaginaal bevallen. Soms is al duidelijk dat de placenta voor de uitgang blijft liggen. Een vaginale bevalling is dan niet mogelijk, er wordt een keizersnede geadviseerd.

Bij een voorliggende placenta heb je risico op bloedverlies waarbij je meestal geen pijn hebt. Bloedverlies is altijd een reden om contact op te nemen met Fam.

Zwangerschapsdiabetes (diabetes gravidarum)

Een te hoog suikergehalte in het bloed kan wijzen op zwangerschapsdiabetes (diabetes gravidarum). Om dit vast te stellen wordt een bloedonderzoek (OGTT) gedaan, meer informatie vind je in de folder glucosetolerantietest.

Wanneer zwangerschapsdiabetes bij jou wordt geconstateerd, word je doorverwezen naar de diabetesverpleegkundige.

In dit filmpje hoor je meer over wat zwangerschapsdiabetes inhoudt, welke behandeling hierbij hoort en waar je zelf op kunt letten.

Ook vind je meer informatie in de folder zwangerschapsdiabetes.

Zwangerschap na 41 weken

De meeste vrouwen bevallen tussen de 37 en 42 weken zwangerschap. Vanaf de 41 weken zwangerschap vinden er extra controles plaats. Meer informatie vind je in de folder zwangerschap vanaf 41 weken. Ook zijn er twee handige keuzekaarten; Keuzekaart zwangerschap na 41 weken – overige mogelijkheden en keuzekaart zwangerschap na 41 weken – inleiden of afwachten.

Vanaf 42 weken wordt gesproken van over tijd raken (serotiniteit), de bevalling wordt dan in principe altijd ingeleid. Meer informatie vind je in de folder inleiding van de bevalling.

Handige informatiefilmpjes vind je op deze site.