Geboortezorg bij Fam
Complicaties tijdens de zwangerschap

Tijdens zwangerschappen kunnen complicaties optreden. Sommige complicaties zijn op te lossen, andere niet. Hieronder vind je een aantal complicaties die vaker voorkomen tijdens de zwangerschap. Als je vragen hierover hebt, kun je natuurlijk ook terecht bij Fam.

Psychische problemen
+

Zwanger zijn en het aanstaande ouderschap zijn grote gebeurtenissen in je leven. Veel vrouwen hebben het idee dat ze blij moeten zijn als ze zwanger zijn. Maar blijdschap overheerst niet altijd; 1 op de 20 vrouwen voelen zich regelmatig neerslachtig. Sommige vrouwen krijgen te maken met een depressie. Het is van buitenaf moeilijk om neerslachtigheid van depressie te onderscheiden. Je rot voelen, huilerig zijn en twijfels hebben horen soms bij het leven. Meestal zijn deze gevoelens wel te hanteren, als je goed naar jezelf luistert en goed op jezelf let. Bij een depressie komen veel symptomen voor die in lichtere vorm ook bij de zwangerschap zouden kunnen horen. Je kunt somber zijn, het kind niet meer willen of van je lichaam vervreemd raken. Het denken, slapen en eten raken verstoord, er ontstaan gevoelens van paniek en angst om gek te worden. Bij neerslachtigheid kun je de dingen nog relativeren, maar bij een depressie vaak niet meer. Mensen die depressief zijn kunnen het gevoel hebben dat het leven niet meer de moeite waard is. Denken aan het plegen van zelfmoord (suïcidale gedachten) komen ook voor. Bij depressie is het zaak hulp te zoeken. Soms kan degene die depressief is dat niet goed zelf, ook omdat het onderwerp taboe lijkt. Veel vrouwen zwijgen over deze gevoelens, wat het alleen maar eenzamer en erger maakt. Maar hulp zoeken is noodzakelijk. Bespreek het daarom met je verloskundige, gynaecoloog of huisarts als je jezelf herkent in dit soort klachten. 

 

Het is ook mogelijk dat je al voor de zwangerschap behandeld wordt vanwege psychische klachten en vragen hebt rondom het zwanger zijn of zwanger worden met deze klachten. Voor alle vrouwen is een goede zwangerschap, bevalling en kraamperiode belangrijk. Soms is er extra begeleiding nodig bij het opbouwen van een goede band tussen de (aanstaande) ouders en het kind. 

 

POP-poli 

Bij Fam werken we met de POP-poli. De POP-poli is een polikliniek waar vrouwen met psychische klachten voor, tijdens en na hun zwangerschap extra ondersteuning kunnen krijgen. De POP-poli is een samenwerking tussen de afdelingen Pychiatrie, Obstetrie (verloskunde) en Pediatrie (kindergeneeskunde). De ondersteuning kan bestaan uit behandeling/begeleiding, voorlichting, medicatie en/of psychotherapie.

Veelvuldig braken (Hyperemesis gravidarum)
+

Het kan gebeuren dat je in het begin van de zwangerschap nauwelijks voeding of vocht kunt binnenhouden. Met name voldoende vocht binnenkrijgen is belangrijk. Wanneer je veel minder gaat plassen kan je lichaam geen afvalstoffen meer kwijt. Soms zul je extreem afvallen. Neem in beide gevallen altijd contact op met Fam. We voeren een extra controle uit en controleren je urine op ketonen. Ketonen in de urine is een teken dat je lichaam je eigen reserves afbreekt. In dat geval krijg je tijdens een opname op de zwangerenafdeling  via een infuus extra vocht. Hiermee wordt verdere uitdroging voorkomen. 

Meerlingzwangerschap
+

We spreken van een meerlingzwangerschap wanneer er zich tijdens een zwangerschap twee of meer embryo's ontwikkelen in de baarmoeder. In Nederland is dat in minder dan 2% van de zwangerschappen het geval. Een dergelijke zwangerschap heeft meer zorg nodig. Na de eerste intake begeleidt een gynaecoloog van Fam jouw zwangerschap.

Dreigende vroeggeboorte (Vroegtijdige weeënactiviteit)
+

Een normale termijn om te bevallen is tussen de 37 en de 42 weken zwangerschap. Een bevalling voor de 37e zwangerschapsweek wordt een vroeggeboorte genoemd. Bij een dreigende vroeggeboorte (weeën voor de 37e week) volgt altijd een opname. Dat geldt ook wanneer de vliezen voor de 37e zwangerschapsweek breken.

Bloedverlies
+

Bloedverlies tijdens de zwangerschap is altijd een reden om te overleggen met een verloskundige of gynaecoloog van Fam. Afhankelijk van de eventuele oorzaak van het bloedverlies, bepaalt de verloskundige of gynaecoloog de behandeling. Soms wordt geen duidelijke oorzaak gevonden voor het bloedverlies en stopt het vanzelf weer. Meer informatie vind je in de folder bloedverlies tijdens eerste trimester. Meer informarie over bloedverlies later in de zwangerschap.

Hoge bloeddruk (Hypertensie)
+

Bij alle zwangerschapscontroles wordt de bloeddruk gemeten. Sommige vrouwen hebben al voor hun zwangerschap een hoge bloeddruk waarvoor een aantal van hen medicijnen inneemt. Dit noemen we pre-existente hypertensie (een al bestaande hoge bloeddruk)Met name bij een eerste zwangerschap bestaat er meer kans (10-15%) dat de bloeddruk in de loop van de zwangerschap te hoog wordt (zwangerschapshypertensie). Een te hoge bloeddruk kan zowel voor de moeder als het kind complicaties geven. Van een zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie) wordt gesproken wanneer in de urine ook eiwitten worden gevonden. Er is dan sprake van een tijdelijke nierschade. In meer ernstige gevallen wordt gesproken over een eclampsie of het HELLP-syndroom. Meer informatie vind je in de folder hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap. 

Voorliggende placenta (Placenta praevia)
+

Deze term geeft soms verwarring. Tijdens de zwangerschap (bijvoorbeeld bij een echo) kan gesproken worden over een placenta 'op de voorwand', 'aan de voorkant' of 'placenta ligt vooraan'. Dat betekent dat de placenta aan voorkant van de baarmoeder ligt, aan de kant van je buik. Een voorliggende placenta (placenta praevia) is een placenta die voor de uitgang (baarmoederhals) van de baarmoeder ligt. Het kan voor een (klein) deel of helemaal voor de uitgang liggen. Je kunt dit niet voorkomen. Het heeft te maken met de plaats waar de vrucht zich vroeg in de zwangerschap in de baarmoeder innestelt. De ligging van de placenta wordt tijdens de 20-weken echo gecontroleerd. Als blijkt dat de placenta deels voor de baarmoederhals ligt, wordt de ligging later in de zwangerschap nogmaals gecontroleerd met een echo. Meestal blijkt dan dat de placenta door de groei van de baarmoeder niet meer voor de uitgang ligt. Het probleem is opgelost en de bevalling kan gewoon plaatsvinden. 

 

Soms is al duidelijk dat de placenta voor de uitgang blijft liggen. Een risico is bloedverlies; door de groei van de baarmoeder wordt aan de placenta 'getrokken' en kan bloedverlies ontstaan. Je hebt dan geen pijnklachten. Bloedverlies later in de zwangerschap is altijd reden om het Moeder– en Kindcentrum te bellen. Je zult dan indien nodig ter observatie worden opgenomen. Wanneer de placenta grotendeels over de baarmoederhals ligt, is een vaginale bevalling niet mogelijk. De gynaecoloog adviseert je een keizersnede. 

Schildklierafwijkingen
+

De schildklier is een klein orgaan dat voor de luchtpijp ligt, in de hals. De schildklier is een orgaan dat hormonen produceert die je nodig hebt bij de stofwisseling. De schildklierhormonen helpen bij het omzetten van voeding in energie. Ze zijn daardoor belangrijk voor de groei en geestelijke ontwikkeling. 


 
Tijdens de zwangerschap verandert je hormoonproductie. Soms werkt de schildklier te snel (hyperthyreoïdie) of juist te langzaam (hypothyreoïdie). Zowel bij een te snel als een te traag werkende schildklier willen we al vanaf vroeg in de zwangerschap de schildklierhormonen regelmatig controleren (met bloedonderzoek) en stabiel houden (met medicatie). Daarvoor werken de verloskundige, gynaecoloog, internist, huisarts en kinderarts tijdens de zwangerschap samen. Naast de hormoonproductie wordt ook gekeken naar de aanwezigheid van antistoffen tegen de schildklier. Op deze manier worden zowel jij als je ongeboren kind optimaal behandeld en begeleid.

Nierbekkenontsteking
+

Een blaasontsteking die verwaarloosd of niet goed behandeld wordt, kan leiden tot een nierbekkenontsteking. Je kunt dan klachten hebben zoals hoge koorts, pijn bij het plassen, vaak plassen, algeheel ziek voelen, pijn ter hoogte van de nieren (bovenin de rug) en soms misselijkheid en braken. Een nierbekkenontsteking kan leiden tot vroegtijdige weeënactiviteit. Neem bij dergelijke klachten altijd contact op met het Moeder– en Kindcentrum. De behandeling bestaat meestal uit opname en het toedienen van antibiotica. Bij een verdenking op weeënactiviteit wordt dit met medicijnen (weeënremmers) behandeld. 

(te) Klein kind
+

Tijdens de zwangerschap kom je regelmatig op controle bij de verloskundige en de gynaecoloog van Fam. Bij iedere zwangerschapscontrole wordt met uitwendig onderzoek of de baarmoeder en je kind voldoende groeien. De buitenkant van de baarmoeder wordt via de buik met de handen afgetast.  Bij twijfel over de groei of vanwege een andere medische reden, vindt echoscopisch onderzoek plaats. Dit is een extra middel om de groei van het kind en het vruchtwater te meten. Blijkt je kind te klein voor de duur van de zwangerschap, dan word je vaker gecontroleerd. In sommige situaties volgt een opname.

(te) Groot kind
+

Tijdens de zwangerschap kom je regelmatig op controle bij de verloskundige en de gynaecoloog van het Moeder– en Kindcentrum. Bij iedere zwangerschapscontrole wordt met uitwendig onderzoek bepaald of de baarmoeder en je kind goed groeien. Soms groeit je kind te hard of is er te veel vruchtwater. Dit wordt een positieve dyscongruentie genoemd. Bij twijfel over de groei of vanwege een andere medische reden vindt echoscopisch onderzoek plaats. Ook wordt bloedonderzoek, OGTT, gedaan worden om suikerziekte tijdens de zwangerschap uit te sluiten. Meer informatie vind je in de folder glucosetolerantietest. Bij suikerziekte tijdens de zwangerschap (diabetes gravidarum) heb je een te hoog suikergehalte in je bloed. Hierdoor groeit je kind vaak extra hard. Soms is de buik groot omdat er veel vruchtwater is, en heeft het kind een normaal gewicht. Afhankelijk van het geboortegewicht kan een kinderarts in consult geroepen worden en is het nodig om de bloedsuikers van je kind extra te controleren. Meer informatie over zwangerschapssuiker lees je hieronder.

Zwangerschapssuiker (Diabetes gravidarum)
+

In de zwangerschap wordt standaard op drie momenten het suikergehalte in het bloed gecontroleerd. Een te hoog suikergehalte in het bloed kan wijzen op zwangerschapssuiker (diabetes gravidarum)Er wordt dan een bloedonderzoek gedaan om dit uit te sluiten, ookwel de OGTT. Meer informatie vind je in de folder glucosetolerantietest.

Hoogstaand hoofd (Niet ingedaald hoofd)
+

Met name tijdens de eerste zwangerschap is het de verwachting dat het hoofd van je kind aan het eind van de zwangerschap indaalt in het bekken. Meestal gebeurt dat vanaf ongeveer 34 weken zwangerschap. Bij een volgende zwangerschap daalt het kind vaak later of tijdens de bevalling pas in. Als een kind aan het einde van een eerste zwangerschap niet is ingedaald, vindt een extra controle bij de gynaecoloog plaats. Er wordt een echo gemaakt waarmee gezocht wordt naar een mogelijke oorzaak. Vaak wordt die niet gevonden. Een hoogstaand hoofd (kind dat niet ingedaald is) hoeft geen probleem te zijn voor de bevalling. Er wordt afgewacht hoe de bevalling zal verlopen. Soms duurt de bevalling wat langer dan gemiddeld. Wanneer je kind aan het einde van de zwangerschap niet is ingedaald, krijg je de instructies om meteen contact op te nemen met Fam wanneer je vliezen breken voor een extra controle. We kunnen op dat moment controleren of het kind met het breken van de vliezen wel goed is ingedaald. Als dat niet het geval is, word je opgenomen in afwachting van de weeën.  

Dwarsligging
+

Een dwarsligging komt maar bij weinig zwangeren voor. Het wordt meestal niet tijdens een eerste zwangerschap gezien. De baarmoeder biedt dan nog te weinig ruimte voor een dwarsligging. In de meeste gevallen probeert men uitwendig via de buikwand het kind te draaien naar een hoofdligging, dit wordt een versie genoemdMeer informatie over het draaien van je kind naar een hoofdligging vind je in de folder stuitligging-uitwendige draaiing. Blijft het kind dwars liggen, dan is een vaginale geboorte niet mogelijk en wordt een keizersnede geadviseerd.  

Stuitligging
+

De meeste kinderen liggen vanaf 34 weken met hun hoofd naar beneden. Soms ligt je kind met de billen in het bekken. Dit gebeurt bij ongeveer 3% van de zwangerschappen. 

Wanneer het kind rond de 35 weken zwangerschap in stuitligging ligt, wordt er een echo gemaakt om de groei van het kind, de hoeveelheid vruchtwater en de ligging van de moederkoek (placenta) in kaart te brengen. Als deze bevindingen het toelaten, wordt geprobeerd om het kind te draaien, ook wel  een versie genoemd. Meer informatie over het draaien van je kind naar hoofdligging vind je in de folder stuitligging-uitwendige draaiing. Lukt de versie niet, dan bespreekt de gynaecoloog met je wat de mogelijkheden zijn om te bevallen; vaginaal of via een keizersnede. Meer informatie vind je in de folder stuitligging.

Overtijd raken (Serotiniteit)
+

De meeste vrouwen bevallen tussen de 37 en de 42 weken zwangerschap. Vanaf 41 weken zwangerschap vinden er extra controles plaats. Meer informatie vind je in de folder zwangerschap vanaf 41 weken. Vanaf de 42 weken wordt gesproken van overtijd raken (serotiniteit), de bevalling wordt dan in principe altijd ingeleid. Meer informatie vind je in de folder inleiding van de bevalling.